
|
Neophasma subapterum
 Subvolwassen vrouw
 Volwassen "rode" vrouw
 Volwassen "rode" vrouw
 Volwassen "rode" vrouw
 Volwassen "rode" man
 Volwassen "zwarte" man
 Volwassen "zwarte" man
 Parend koppel
 Eitjes
Algemene verzorgingsfiche
Oorsprong: De huidige cultuur is afkomstig uit Venezuela, Tachira. (2006)
Voedsel: Liguster (Ligustrum spec.), sering (Syringa spec.), allerlei soorten kamperfoelie (Lonicera spec.), paardenkastanje (Aesculus hippocastanum)
Grootte (zonder poten): mannetje: 4 cm, vrouwtje: 5 - 6 cm
Voortplanting: Seksueel
Incubatietijd eieren: 3-5 maanden
Uitkomstpercentage: 80 – 90%
Zorg voor de eieren: Vochtig en geventileerd houden op een geschikt substraat. (vermiculiet, cocopeat…)
Verzorging en Terrarium: Deze soort best huisvesten in een goed verluchte maar tevens vrij gesloten bak, zoals bv een faunabox. Het terrarium hoeft niet groot te zijn: dit is een klein soortje dat niet houdt van grote, open ruimtes. Een kooi van 25x25x35 cm biedt voldoende ruimte aan enkele volwassen koppels. Vochtigheidsgraad: om de 2 dagen lichtjes sproeien, maar over het algemeen eerder droog houden. Bodembedekking: aarde of keukenpapier.
Tijd tot volwassenheid: 4 à 6 maanden
Interessante weetjes: Opgelet bij het verversen: deze soort wordt zeer levendig bij de geringste verstoring. Ook houden ze er niet van om ‘open en bloot’ te zitten. Ze rennen dan meteen alle richtingen uit, op zoek naar een schuilplaats die voldoende dekking biedt. Ze kruipen graag weg onder bladeren of in donkere hoekjes en kantjes. Geef ze eventueel een stuk stevige schors of stronk waar ze zich overdag achter kunnen schuil houden. Pas als het donker is, kruipen ze weer op hun voedselplant.
Er zijn twee kleurvarianten bij deze soort: een roodbruine en een donkerbruine, bijna zwarte. Deze laatste variant komt het meeste voor.
Op het eerste zicht lijkt deze soort opvallend goed op Peruphasma schultei, vooral wat betreft lichaamsbouw en gedrag. Zo zullen bv. de mannetjes bijna voortdurend op de rug van hetzelfde, uitverkoren vrouwtje zitten. De eitjes lijken dan weer meer op die van de Pseudophasma soorten.
Net zoals Peruphasma schultei, de Pseudophasma soorten en heel wat andere wandelende takken, sproeit ook deze soort - wanneer ze zich bedreigd voelt - een afweerstof uit klieren op het pronotum, achter de kop. De juiste chemische samenstelling van deze stof is nog niet gekend: het kan dus geen kwaad de volwassen dieren voorzichtig te hanteren.
Moeilijkheidsgraad van 1 (makkelijk) tot 5 (zeer moeilijk): 2
|