
|
PSG 23 - Eurycantha calcarata
 Jong mannetje
 Jong vrouwtje met legboor
 Volwassen man (Foto: Bram Weyns)
 Volwassen man in dreighouding
 Stekel op achterpoot mannetje
 Close up
 Volwassen vrouwtje
 Volwassen vrouwtje (Foto: Bram Weyns)
 Close up van de legboor
Opmerkingen bij deze soort
Dit
is een erg sterk en groot insect met een gevaarlijk voorkomen. De
soort kan variëren van kleur, helemaal groen, tot gemixt groen
in de sub volwassenheid, en bruin tot bijna zwart in een volwassen
stadium. Het uitzicht van deze soort is overweldigend, met doorns
langs de zijde van hun lichaam en aan hun poten. De grote doorn aan
het derde segment van de achterpoten van meer dan één
cm wordt gebruikt ter verdediging! Het dier zet zijn poten omhoog, en
alles wat dan tussen zijn poten zit zal zeker proberen snel terug weg
te zijn! Je kan proberen je soort minder agressief te maken door ze
van nimf af aan te laten gewennen aan vastnemen, en ze dus ook over
je handen laten lopen. Ze lijken dit zelfs leuk te vinden. Toch best
altijd oppassen bij het hanteren van deze soort. Iemands humeur kan
ook elke dag anders zijn! Vanaf de 2e vervelling kan je reeds zien of
je een mannetje of een vrouwtje hebt. Bovenstaande foto's laten
duidelijk zien dat een vrouwtje een lang puntig achtereinde krijgt.
Bij volwassen exemplaren zal dit zo'n centimeter grote legboor
worden.
Oorsprong: Papua Nieuw Guinea
Voedsel:Braamblad, eik, roos, framboos, hazelaar, klimop, vuurdoorn,
kastanjeblad, papyrus, druif, kers, rododendron De dieren eten eigenlijk bijna alles! (zelfs behang als ze ontsnappen, of het
keukenpapier in de bak)
Grootte (zonder poten): mannetje 10 - 12 cm, vrouwtje 12 - 15 cm (20
gram)
Voortplanting: seksueel (parthenogenetisch bestaat ook)
Incubatietijd eieren: 4 - 6 maanden
Tijd tot volwassenheid: 4 - 6 maanden
Algemene verzorging
Houd
deze dieren in een vrij vochtige omgeving bij een temperatuur van 20
– 25° C. Ze zijn 's nachts actief en verschuilen zich
overdag onder alles dat in de bak aanwezig is (hout, boomschors,
bloempotten, tegels, dakpannen etc.). Zorg voor een laag turf, zand,
vermiculiet of teelaarde van ongeveer 8 cm, dit kan je eventueel
vervangen door het in een potje te plaatsen in het hok. De eitjes
worden hier in afgezet. Soms zijn de dieren onderling erg agressief
en kunnen ze elkaar lelijk verwonden. Het is raadzaam om een tweede
bak bij de hand te hebben, waarin gewonde dieren kunnen bijkomen van
hun verwondingen. De meeste wonden helen vrij snel. Ook kunnen jonge
dieren soms beter apart gehouden worden als je een agressieve soort
hebt. Het is wel een sociale takken soort. Dikwijls ga je ze samen
vinden allemaal in een hoekje gepropt, of onder een stukje schors of
andere schuilplaats.
Zorg voor de eieren
De
eieren zijn 8 x 3,5 mm groot en moeten in iets vochtige turf, zand,
vermiculiet of de aarde bewaard worden. Het vrouwtje legt ongeveer
zo'n 450 eitjes, dus misschien kan je ze wel geregeld uit de aarde
ziften om overbevolking te voorkomen. Je kan ze in tegenstelling tot
wat veel sites beweren ook gewoon op vochtig keukenpapier leggen, en
ze daar laten op uitkomen. Het in de grond begraven van eitjes heeft
voornamelijk de bedoeling dat andere dieren ze niet zouden opeten en
ze te beschermen tegen koude. Bewaar de eitjes bij een temperatuur
van 20° tot 25° om ze snel te laten uitkomen. Pas wel op voor
schimmel!
|