Oorsprong: Saba (Borneo)
Voedsel: Braamblad, eik, roos, framboos, klimop
Grootte (zonder poten): mannetje 5-6 cm, vrouwtje 8 cm
Voortplanting: seksueel
Incubatietijd eieren: 3-4 maanden
Zorg voor de eieren: Besproei geregeld de grond om
uitdroging van de eitjes te voorkomen. Je kan de eitjes ook uitgraven
en laten uitkomen op keukenpapier maar de hoogste uitkomst bereik je
met ze in de grond te laten zitten. Kamertemperatuur voldoet.
Verzorging en luchtvochtigheid: Deze soort houd je best wat
vochtiger tot zeer vochtig op kamertemperatuur en op een lichte plek. Voorzie voor volwassen dieren een potje met zand
of turf van 5 cm waarin de volwassen vrouwtjes hun ongeveer 6mm lange
eitjes kunnen in afzetten.
Tijd tot volwassenheid: 4-5 maanden
Terrarium en ventilatie: Ventilatie is minder belangrijk voor deze takken. Ze kunnen makkelijk in een gesloten bak van 25cm hoog zitten met slechts weinig ventilatie.
Interessante weetjes: Stekelige soort
die zonder probleem te houden is. Nimfen lijken op houtschilfers en
kunnen meerdere kleurschakeringen hebben. Mannetjes en vrouwtjes
lijken hard op elkaar door dezelfde kastanjebruine kleur. Je kan ze
makkelijk herkennen want vrouwtjes hebben een legboor die een
vierde van haar lichaamslengte groot is.
Zet deze soort nooit samen met Trachyaretaon bruekneri (psg 255) want de eitjes zijn identiek aan deze soort.
Moeilijkheidsgraad van 1 (makkelijk) tot 5 (zeer moeilijk): 2