
|
PSG 173 - Neohirasea maerens
 Jong
vrouwtje
 Nimfen
(foto: Arthur Hart)
 Parend
koppeltje (foto: Arthur Hart)
 Volwassen
man (foto: Jonas Beque)
 Volwassen
man (foto: Jonas Beque)
 Eitjes
Opmerkingen bij deze soort
Makkelijke,
stekelige soort, zowel man als vrouw. Als men ze stoort verspreiden
ze een vies geurtje, dat verder ongevaarlijk is. De jongen zijn
lichtbruin tot grijs met witte voeten en witte antene topjes.
Mannetjes worden 7 tot 8 cm en zijn bruin. Hun rug toont een zwarte
streep en ze hebben zwarte poten. Vrouwtjes worden 9 tot 10 cm. Ze
zijn bruin, iets platter, bruine poten en de zwarte streep ontbreekt.
De stekels hebben niet de bedoeling om pijn te veroorzaken, of
aanvallers te verwonden. Hun manier om aanvallers te snel af te zijn
is zeer snel weglopen, wat dus ook soms problemen geeft als je de bak
wil proper maken.
Oorsprong:Vietnam
Voedsel:Braamblad, framboos, appel blad, eik, roos, beuk, klimop, vuurdoorn
Grootte (zonder poten): mannetje 7-8 cm, vrouwtje 9-10 cm
Voortplanting:seksueel
Incubatietijd eieren: 3-4 maanden
Tijd tot volwassenheid: 4-5 maanden
Algemene verzorging
Men
kan deze takken houden op kamertemperatuur, liefst in een heldere
omgeving en redelijk vochtig. Besproei deze soort dagelijks, of om de
twee dagen. Ventilatie is van minder belang. De soort is zeer goed
vruchtbaar. Overdag heb je weinig aan deze soort. Bewegen doen ze
vrijwel nauwelijks.
Zorg voor de eieren
Je kan de
eitjes gewoon op de bodem van de bak laten liggen of verzamel ze
apart in een doosje, en hou ze een beetje vochtig op watten of
keukenpapier. Ze zijn erg klein, ovaal, grijs tot bruin glimmend en
lijken twee keer een operculum te hebben. (Het dekseltje waardoor de
nimf naar buiten kruipt.) Bewaar er zeker niet te veel, want er komen
er veel uit.
|