
|
PSG 231 - Abrosoma festinatum
 Nimf
(foto: Tim Bollens)
 Volwassen
man (foto: Tim Bollens)
 Volwassen
vrouw (foto: Tim Bollens)
Opmerkingen bij deze soort
Een
heel kleine soort die zijn naam dankt aan zijn verdedigingstechniek.
Festinatum komt van het Latijnse festinare
= zich haasten (deze soort beweegt namelijk zeer snel bij
verstoring). De mannetjes zijn donkerbruin met geelbruine vlekken op
de bovenkant van het borststuk, de voelsprieten zijn lang met lichte
en donkere segmenten. De vrouwtjes zijn steviger, donkerbruin lichaam
met lichtbruine langstrepen zoals bij het mannetje, het 6e abdominaal
segment is opgeheven en gezwollen. Als verdediging kunnen ze eveneens
een prikkelende stof verstuiven.
Oorsprong: Maleisië
Voedsel: Fuchsia, harig wilgenroosje en naarmate ze meer groeien, ook braam.
Grootte (zonder poten): mannetje 3 cm, vrouwtje 4 cm
Voortplanting: seksueel
Incubatietijd eieren: 3 maanden
Tijd tot volwassenheid: 4 tot 5 maanden
Algemene verzorging
Pas
uitgekomen nimfen zijn heel klein +/- 9mm en kunnen zeer snel lopen.
Ze zijn heel lichtgroen met gele stipjes, naarmate ze groeien wordt
hun kleur doffer en donkerder.
Zorg voor de eieren
Het vrouwtje begint
ongeveer 3 weken na laatste vervelling eieren te leggen, ongeveer 2
per dag, die ze laat vallen op de grond. Het ei is zwart glimmend met
lichtere micropilaire plaat en na 3 maanden komen ze uit. De uitkomst
is ongeveer 90%.
|